Theorie 1: Basis leerprincipes

Bewustwording van hondengedrag in een notendop.
Een korte “must know” uitleg over Operante Conditionering.

Operante conditionering staat voor: Leren dat er een relatie bestaat tussen een bepaald gedrag en een beloning of straf als consequentie van dat gedrag.

Dit betekent als de hond succes met bepaald gedrag heeft, hij dit gedag dan zal willen herhalen in de hoop op meer successen. Bij meerdere successen zal het gedrag geconditioneerd raken en soms is de cirkel dan nog moeilijk te doorbreken.

Een typisch voorbeeld is de opspringende hond die eigenlijk niet mag opspringen:

Waarom springt de hond op? Omdat hij aandacht wil, en waarschijnlijk eerder op die manier aandacht en succes heeft gekregen.
Op het moment dat de hond dan aandacht krijgt (op welke manier dan ook, (vastpakken of wegsturen is ook aandacht geven), stimuleert u zijn/haar gedrag.

Aan de andere kant, heeft de hond geleerd om netjes te gaan zitten in plaats van opspringen, en alleen dan zijn beloning (aandacht krijgt) dan is dit een grote motivatie dit gedrag te blijven herhalen.

Door het 1 door het ander te vervangen is gedrag vaak te doorbreken of te veranderen.
Soms is het moeilijk om een oude gedraging te doorbreken, in zo’n geval is het belangrijk een hondentrainer of hondengedagstherapeut in de arm te nemen, zij kunnen u stap voor stap begeleiden in het oplossen van het probleem.

Dus kort gezegd: Operante conditionering betekent:

Heeft de hond ergens succes mee, en levert het de hond iets positiefs op, of kan de hond iets negatiefs voorkomen door bepaald gedrag, dan is dit een stimulans(bekrachtiging).

Heeft een bepaalde gedraging geen succes en levert het juist iets negatiefs op (iets wat de hond niet leuk vind), Of gaat er iets weg dat de hond als prettig ervaart, dan zal het gedrag afnemen (Correctie).

Bekend zijn met deze principes, helpen u begrijpen waarom uw hond bepaald gedrag vertoont, en leert zoals hij leert.
Hieronder/naast is een handig schema opgesteld waarmee u diverse situaties kunt oefenen.

Ook tijdens de lessen zal regelmatig naar deze schema’s gekeken worden.

Bij een Correctie neemt gedrag af.
Bij een Bekrachtiging neemt gedrag toe.
Positief betekent dat er iets door de hond ervaren als prettig of onprettig toegevoegd word.
Negatief betekent dat er iets door de hond ervaren als prettig of onprettig weggehaald word.

Positieve Bekrachtiging
Er word iets door de hond ervaren prettigs toegediend (Positief).
-> Gedrag neemt toe.

vb. De hond gaat zitten, en krijgt een Koekje. Of, De hond loopt mooi naast en krijgt lieve woorden en een aai van het baasje.

Negatieve Bekrachtiging
Er word iets door de hond ervaren onprettig weggehaald, of de hond kan iets onprettig voorkomen door bepaald gedag te vertonen. -> Gedrag neemt toe.

Positieve Correctie
Er word iets door de hond ervaren als onprettig toegediend als gevolg van een bepaalde gedraging.
-> Gedrag neemt af.

Negatieve Correctie
Er word iets weggehaald wat door de hond als prettig ervaren word.
-> Gedrag neemt af.